De ene dichtregel is de andere niet. Buiten het feit dat het hier een waarheid als een koe betreft, over smaak niet te twisten schijnt en de ene dichter nu eenmaal anders gebekt is dan zijn of haar collega, ga ik toch gevaarlijk doen: gedichten vergelijken. En ik vind dat ik daar alle recht toe heb omdat beide gedichten waar ik het over wil hebben de openbare ruimte van Leidsche Rijn sieren. Op de zijgevel van een comfortabel herenhuis aan de Parkzichtlaan (ja mensen, ook de nieuwbouw gaat ooit monumentaal worden) prijkt al enige jaren een deel van een gedicht van onze eigen Ingmar Heytze. Heel groot en heel wit is voor een ieder te lezen: “Houd moed… Heb lief.” Krachtig en kort, dat zijn in mijn optiek de mooiste.
Nu vindt u het wellicht dubieus dat ik Heytze roem, omdat ik in de buitengewoon gelukkige omstandigheid verkeer dat ik hem ‘collega’ mag noemen. Ik kan u dat niet kwalijk nemen. Want hoewel ik hem slechts een paar keer per jaar spreek, voelt het wel alsof wij elkaar inmiddels kennen. En het is heerlijk om echte kunstenaars te kennen. Want dat is Heytze ontegenzeggelijk. Om naar deze mensen te kijken en te luisteren geeft het leven mij net dat gouden randje om het dragelijk te houden. Niet dat ik de hele dag aan het somberen ben, verre van dat, maar zo’n sprint richting doodskist – waarin vooral heel veel ‘moet‘ en maar zo weinig ‘mag‘ – is de scheve blik van de artiest voor mij een zegen. Naast het krachtige “Houd moed… Heb lief”, is er dus zeer recent een andere dichtregel in mijn dagelijkse openbare ruimte verschenen. Op de prachtige westelijke damwand van Leidsche Rijn Centrum verscheen: “Ik was uit mijn hart gevallen… ging naar buiten en zag de wereld als een snoepdoos.”
Deze voor mij onnavolgbare tekst is gemaakt met buurtbewoners in het kader van een project om mensen meer binding met hun buurt te geven. Hartstikke lief en prachtig natuurlijk, maar een lekkere zin levert zoiets natuurlijk niet op. De buurt is nu eenmaal geen Ingmar Heytze. Hoe lovenswaardig het initiatief ook: dichten is een vak.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.