Cultuur mag wat kosten. Helemaal mee eens. Vooral als je de stad van ‘kennis en cultuur’ zegt te zijn. Maar waar ligt de grens? Hoeveel mag cultuur kosten? Terwijl de echo’s van het protest tegen de landelijke cultuurbezuinigingen nog naklinken (denk aan de Schreeuw voor Cultuur op de Neude) stroomt in Utrecht het cultuurgeld over de oude klinkers van de binnenstad en tegen de Utrechtse Heuvelrug op alsof het een aard heeft. Het ‘feestje’ van De Vrede van Utrecht heeft 35 miljoen euro gekost naar nu blijkt. Dat zijn zeven Grand Departs van de Tour de France, 233 Utrechtse Buitencentra en een kleine 60.000 hertenkampjes in het Julianapark.
Belastinggeld, daarmee hoort zeer strikt te worden omgegaan. Het zijn de afgeroomde zuur verdiende centjes van u en mij die we aan de overheid toevertrouwen om daar goede dingen mee te doen. Zaken van algemeen nut. Alleen lijkt het wel dat op het moment dat ons geld culuursubsidie is geworden, wij er geen zeggenschap meer over hebben. Dan is het opeens monopoliegeld van de cultuurpausjes van stad en ommelanden. Nu er door deze krant vraagtekens bij de financiën en de bezoekersaantallen van De Vrede worden gezet, is Leiden in Last. De pausjes roeptoeteren op de social media dat de krant ‘een aanval’ heeft ingezet tegen iets dat goed is voor ons plebejers. Oja? Is dat zo heren en dames? Hoeft er geen fatsoenlijke verantwoording meer te zijn voor het uitgeven van zo’n bedrag aan algemeen nuttig geld?
De ‘Vrede’ is een stichting die in 2003 werd opgericht door de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht. Het was eigenlijk puur het vehikel ter voorbereiding van de grote klapper: Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. U weet wel, de titel die Utrecht niet kon ontgaan maar waar in de eerste stemronde al roemloos werd verloren van Eindhoven, Leeuwarden en Maastricht. Grote mevrouwen en vooral meneren mochten met onze centjes feitelijk 15 jaar spelevaren. En die zitten liever in een Riva dan in een roeiboot. Die huren voor 80.000 euro per jaar kantoorruimte aan de Kromme Nieuwegracht en niet voor een kwart op Kanaleneiland. En die eten ‘Vredesballen’ met pastinaak en gele wortel. Doet u mij maar een ordinaire bitterbal.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.