Ik kom er niet onderuit om het deze week te hebben over mijn eigen stadsdeel Leidsche Rijn. U weet wel: die winderige uithoek waar binnenstadsbewoners hun neus voor ophalen. De plek waar ik ruim 13 jaar geleden met mijn vrouw, onze eerste zoon van een paar maanden en een knapzak vol dromen en idealen neerstreek. Neerstreek in een soort toendra van zand tussen landerijen en heistellingen. In het midden van niets maar gelukkig met onze Vinextuin en elkaar. En wat waren we blij toen er na jaren een heus schoolgebouw kwam. De eerste winkels waren er al na bijna zes jaar ploeteren. Verloskundige hulp regelden we zelf door een praktijk uit Vianen naar binnen te loodsen. We wasten onze modderauto’s op een verplichte autowasplek (afgeschaft), sproeiden onze tuinen met grijs water (afgeschaft) en gingen de barricades op om hoogspanningslijnen ondergronds te krijgen (gelukt) of gevaarlijke wegen te verbeteren (deels gelukt). Daarmee druk lieten wij ons collectief in de luren leggen door leugenachtige verhalen van de gemeente, instellingen en ontwikkelaars over de bouw van gezondheidscentra, winkelcentra, busbanen, parken, stations, sportvelden, zwembaden, fietsbruggen, kinderopvang, schilderachtige horeca in oude hofstedes en bijvoorbeeld zoiets als Leidsche Rijn Centrum. Wij hebben het (bijna) allemaal lachend overleefd.
Inmiddels ben ik toe aan mijn vierde wethouder Leidsche Rijn. En ik geef graag iedereen een eerlijke kans. Maar de brief van Gilbert Isabella vorige week (rijkelijk laat) met alweer vertraging rond het grote winkelcentrum in Leidsche Rijn Centrum moet wel de laatste zijn. De laatste met een inhoud die werkelijk niemand die ik sprak gelooft. Neem ons Leidsche Rijners eindelijk eens serieus en informeer ons eerlijk. Heus, we keren de Vinex de rug niet zomaar toe, ook niet als onze woningen wel verkoopbaar zouden zijn. Een functionerend winkelgebied in 2015, wethouder, dat is de wens-denk-communicatie waar we hier genoeg mee zijn belazerd. Ik zou zeggen: doe die brief eens over.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.