Gister is het 34e Nederlands Filmfestival geopend in de Domstad. Lieflijk en klein begonnen door onze grote Utrechtse filmer en cultuurondernemer Jos Stelling en van lieverlee uitgegroeid tot wat het nu is: een fors jaarlijks ‘zie ons elkaar eens wat veren in de reet steken’ partijtje van de Nederlandse filmwereld. Die veren uiteraard in de vorm van een gouden kalf. Het kalf van kunstenaar Theo Mackaay dat jaarlijks uit de opslag te Nieuwegein moet worden gehaald omdat er nog nooit een vaste plek voor het magistrale ding gevonden werd. Inderdaad, Utrecht op zijn smalst.
Dat smalle Utrecht moet, ook dat is een jaarlijks terugkerend fenomeen, van Filmfestivaldirecteur Willemien van Aalst ‘GROOT’ denken. Gelukkig waren haar dreigende woorden van eerder, dat als Utrecht niet snel zou bouwen aan extra filmzalen ze de Domstad zou verlaten, wat al te zwaar in de pers gekomen. Willemien, zelf al 30 jaar Utrechter, wil echt niet weg met het NFF. Nou, das mooi Willemien. We zullen je daaraan houden. Dat je in deze krant dit keer liet opschrijven dat de bezuiniging van 4 miljoen op cultuur snel teruggedraaid moet worden, in welk licht moeten wij dat zien? Is Utrecht anders het festival niet waard? Een provinciaals klotedorp waaruit je snel gaat verhuizen? Of werd dat ook wat zwaar opgetikt en trek je die woorden volgend jaar rond deze tijd weer terug. We zullen het vanzelf beleven.
Waarom mijn stelling is dat Utrecht klein moet blijven denken laat zich raden. Omdat dit de charme van onze stad is. Utrecht heeft daarvoor juist zoveel complimenten ontvangen. Het leuke Amsterdam bijvoorbeeld. Als je Amsterdam probeert te kopiëren, dan is straks Zwolle of Maastricht veel aantrekkelijker. Daarbij komt dat de geschiedenis nu wel voldoende heeft aangetoond dat als Utrecht groot gaat denken het helemaal mis loopt. Denk aan Hoog Catharijne, denk aan het geluidslekkende TivoliVredenburg, denk aan Leidsche Rijn Centrum, de Bieb++ en sinds deze week aan Nieuw Welgelegen. Ja mensen, dat multifunctionele complex op Kanaleneiland loopt voor geen meter. Dat was ook zo’n groot-denk-dingetje van de Utrechtse politiek. Dus stadsbestuur, zoek liever een mooi plekje voor het grote kalf en laat het denken maar aan ons over: bescheiden, degelijk en boerenslim.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.