Hoe lang mogen we het nog over de vrij magistrale Utrechtse Tourstart hebben? Wat mij betreft nog tot in het oneindige. Al met al waren de renners veel te snel de stad weer uit. Zondag stond ik in mijn eigen wijk langs de route en in nog geen 20 seconden donderde het pak renners vanaf de Gelebrug (en die Fransen maar denken dat we hem speciaal voor hen geschilderd hadden) met een noodgang aan ons voorbij. Zaterdag duurde het tenminste nog lekker lang. Toen ik van de hitte bijna het loodje legde zorgde een opkomend briesje net op tijd voor enige verkoeling. Toch heeft het nog dagen geduurd voordat alle hitte en adrenaline m’n lijf verlieten. Eigenlijk is de gele koorts nog steeds aanwezig. Op YouTube, Facebook en Twitter zoek ik naar filmpjes om het euforische gevoel weer even op te roepen. Aanrader is het filmpje van een wielrenner die zich vanuit de stille Berenkuil opduwt naar de woeste menigte langs de Biltstraat. Het deed mij denken aan de film Twister. Weeridioten die zich vanuit de stilte voor de storm opeens in het oog van een orkaan bevinden. Vooral de Nederlandse renners waren er na hun tijdrit vol van. Woorden schoten hen collectief te kort om dat gevoel te beschrijven.
De stad was dagen happy in het kwadraat. En dat had ik vooraf ook niet kunnen bedenken. Ik zag alleen maar blije hoofden met een glimlach van oor tot oor. Geen onvertogen woord, slechts ongecompliceerde vrolijkheid. Zou dat komen door het mooie weer gecombineerd met een geweldig versierde stad en een puike organisatie? Zijn Utrechters gewoon de leukste lui van Nederland? Moet de stad nu meer van dit soort evenementen organiseren? Formule 1 over het Domplein? Wat ik nu wel weet is dat we beter 5 miljoen voor de Tour kunnen uittrekken dan spanderen aan projecten als culturele hoofdstad van Europa en de Vrede van Utrecht. Misschien toch met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag de Olympische Spelen van 2028 organiseren? Ik heb daar inmiddels ongelofelijke veel zin in. Bedankt harde werkers voor dit ongelofelijke feest!
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.