Gistermiddag spraken de partijen die in Utrecht werken aan een college-akkoord met ‘de Utrechtse bevolking’ in TivoliVredenburg. D66, GroenLinks, de VVD en de SP willen onze hulp bij het besturen van ons stadje. Dat is natuurlijk prijzenswaardig, vooral als dat de komende vier jaar zo blijft. Zelf ben ik niet naar deze ‘inspirerende’ sessie gegaan. Ik ga vanavond even als de onderhandelende partijen in Leidsche Rijn met elkaar spreken. Een heel stuk rustiger en dan ben ik ook geen 20 euro kwijt aan parkeergeld. Tussen de bedrijven door volgde ik de TivoliVredenburg bijeenkomst wel via Twitter. Ik heb er een boel lol aan beleefd. Ik zag prachtige tekeningen voorbij komen met de heerlijkste kretologie. ‘Minder angst door elkaar te vertrouwen’, ‘Leer van elkaars projecten’ en ‘Geef jongeren een stem’. Zo’n 250 Utrechters bezochten de middagsessie en dat is helemaal niet zo slecht. En zoiets is ook goed om te doen, ook al verzanden zulke bijeenkomsten altijd in algemeenheden en open deuren. Maar soms moet je een open deur eens even lekker intrappen. Dat er meteen een logo met slagzin aan te pas moest komen (Wij maken Utrecht), inclusief Facebook-pagina en Twitterhashtag, goed, dat had van mij niet gehoeven.
Ik heb liever dat het stadhuis over een paar weken vol zit met bestuurders die logisch kunnen nadenken en iets doen met de gratis tips die ze van burgers krijgen. En dat het ambtelijk apparaat over niet al te lange tijd volledig ontkokerd is en met een open blik voor ons aan Utrecht werkt. En als het even kan volgens het ‘regie-model’ zoals Amersfoort dat al jaren succesvol toepast. De pest is wel, of het voordeel, dat er dan nog veel verder gesneden moet worden in het aantal banen. Zozeer dat er hele verdiepingen van het toch al veel te dure Stadskantoor onbevolkt blijven. Utrecht zou ook een van de dan lege torentjes kunnen inrichten met de Utrechtse oudheidkundige collectie. Onder het Domplein is weer iets bijzonders gevonden. Vandaag horen we wat dat is. Het houdt mij meer bezig dan de coalitie-besprekingen en de 1000 jaar oude vondst sleep ik volgaarne naar het Stadskantoor.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.
Naschrift 1: Ik heb de onderhandelaars donderdag gemist omdat het ‘s morgens was en ik had ‘s avonds in mijn agenda staan.
Naschrift 2: De vondst betrof 44 muntjes uit de 7e eeuw. Bijzonder omdat dit uit de tijd is dat Willibrord op het Domplein huisde. Minder bijzonder omdat ik die muntjes in Leidsche Rijn al zo vaak heb gevonden.