De politiek is met reces. Zalig. De eerstkomende vergadering van de gemeenteraad staat pas voor 13 september op de agenda. IJs en weder dienende, that is. In de goeie oude tijd gebruikte menig politicus het zomerreces om pijnlijke dossiers via ronkende persberichten op te pompen en daarmee het stadsbestuur in de problemen te brengen. Maar die tijden liggen ver achter ons met de huidige generatie van voornamelijk brave politici.
Maar tijdens de laatste vergadering, vorige week tot half drie ‘s nachts over de voorjaarsnota, hebben de brave borsten wel een weg voor mij geregeld. Een weggetje van nauwelijks 100 meter door Papendorp. Ik schreef er vorige week over. Over hoe wij kolonisten van de Vinex via doseerinstallaties aan deze kant van het kanaal moeten blijven met onze autootjes. Over hoe er voor 100 miljoen ooit een prachtige brug tussen Kanaleneiland en Papendorp werd aangelegd. En hoe wij desondanks een bizar circuit door dat steeds leger wordende prachtige kantorenpark moeten scheuren om via die peperdure brug in de stad te komen. Maar dat is straks voorbij. Voor het bedrag van 500.000 euro. Klinkt veel te duur voor 100 meter, maar er schijnen twee verkeerslichten anders ingeregeld te moeten worden. Voor een ton per stuk. Omdat ik de lulligste niet ben heb ik wethouder Lintmeijer aangeboden die palen gratis om te solderen. Ik bedoel, voor minder kilometers naar en van de stad wil ik best iets terugdoen.
Nu er door dezelfde brave borsten ook een grafveld voor ons Vinexers is geregeld nabij de schitterende Hamtoren heb ik lopen peinzen wat ik daar voor terug moet doen. De suggestie om mij daar als eerste te laten begraven heb ik afgewimpeld. Deo volente wil ik nog wel een paar jaar mee. Misschien dat ik de eerste tien graven gratis graaf. Ik wil ook best wat mooie bomen planten of heggen knippen. Er is namelijk niks mis mee om te laten blijken hoe belangrijk het is dat de Vinex niet te vergeten in het stadhuis. Zeker nu op 13 september Vinexraadslid Gerda Oskam afscheidt neemt.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.