Woensdag mogen/moeten wij weer naar de stembus. Ik zou er nog een krant over vol kunnen schrijven. Ware het niet dat de zin mij ontbreekt. Dat was al zo, maar al helemaal na het extra verkiezingsdebat deze week dat ook al niet over de provincie ging: het debat over de ‘Teevendeal’. Het debat zonder de bewindslieden van justitie maar met onze nationale glimlach Mark Rutte. Nu moet ik zeggen dat de premier buitengewoon gemakkelijk de klappen van links en rechts opving en pareerde. Nimmer dreigde er een knock down. Rutte bleef wel heel gemakkelijk overeind en won uiteindelijk op punten. Van een kabinetscrisis is geen sprake en de poppetjes Opstelten en Teeven worden na een paar weken waarneming door de minister van huizen en dakbedekking (soms heeft Geert Wilders best humor) keurig vervangen.
Als er na zo’n ingrijpende politieke week in Den Haag probleemloos wordt doorgewandeld, wat in hemelsnaam is er dan het vermelden waard over de provinciale politiek. Inderdaad, helemaal niets. Vandaar dat ik het ga hebben over de Romeinen. Niet over de binnenstedelijke Romeinen van het Domplein, maar over de perifere Romeinen van de Vinex. Want echt, die zijn vele malen interessanter. In de herfst van 1997 stond ik met kwijl uit mijn mond te staren naar een gat in de grond. Een gat in de grond van de nog volledig maagdelijke polder Veldhuizen. De polder die ooit een dorp was. Waar mijn voorouders een korenmolen hadden bestierd en waar een aantal prachtige boerderijen schijnbaar verstrooid in het veld stonden. Maar dat was schijn. Die boerderijen stonden op een randje opgeworpen rivierzand van een stukje Romeinse Rijn. En onder een laagje aarde daarachter lag de meest ingenieuze constructie van de Romeinse grensweg ooit. En daar weer vlakbij het meest indrukwekkende Romeinse binnenschip dat ten noorden van de Alpen is gevonden. Geen lege platbodem zoals vaker, maar een schip vol eigendommen van de opvarenden. Zagen, hamers, schaven, schrijfgerei, potten, pannen en zelfs een opgelapte emmer. Inclusief slaapplaats en keuken van de twee bemanningsleden. En gisteren, 18 jaar na die eerste aanblik, werd De Meern I zomaar teruggebracht naar ons Vinex-castellum Hoge Woerd. Vinder Hans Joosten, de archeologen Erik Graafstal en Herre Wynia en ik zei de gek hielden het amper droog. Gaaf hoor, de Romeinen zijn terug!
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.