Verliezen is mooier dan winnen. Dat heeft voormalig voetballer Jan Mulder eens gezegd. Je zit met gebogen hoofden in de bus terug naar huis, niemand zegt wat. Bij winnen hoort ordinair geschreeuw en gezang.
Ik vrees echter dat de PvdA weinig troost zal putten uit deze woorden van Jan Mulder. Toen gisteravond duidelijk werd dat de partij na deze gemeenteraadsverkiezingen bijna gehalveerd is, barstten verschillende partijleden in huilen uit.
Het voelt ook onrechtvaardig dat de drie partijen uit het Utrechts college zo verschillend worden beloond voor toch hetzelfde beleid: D66 wint fors, GroenLinks blijft ongeveer gelijk en PvdA verliest enorm. Een meer of minder effectief uitgevoerde verkiezingscampagne kan daarvoor niet de verklaring zijn. Dat scheelt misschien één, hooguit twee zetels. En het is ook niet zo dat de D66-wethouders met kop en schouders boven de andere wethouders uitsteken.
Het ligt dus voor de hand dat de landelijke politiek een dominante rol heeft gespeeld bij het verlies van de PvdA en de winst van D66. Dat verklaart ook waarom de VVD in Utrecht heeft verloren terwijl de VVD-fractie door velen wordt gezien als de sterkste fractie in de Utrechtse gemeenteraad.
Toch is het triest dat het er klaarblijkelijk nauwelijks toe doet wat je als partij op lokaal niveau presteert. De landelijke politiek is bepalend voor de stembusuitslag op lokaal niveau.
Er knaagt echter nog iets. De PvdA verliest wel heel dik en je vraagt je af of dat alleen kan liggen aan het impopulaire kabinetsbeleid. Mogelijk dat het wegtrekken van de allochtone achterban van de PvdA ook een rol gespeeld heeft. Daar moeten de cijfers per wijk meer over kunnen vertellen.
Mario Gibbels