Bij twijfel smijten. Dat roept mijn zwager, een Zeeuwse boerenzoon, altijd. Met name bij verhuizingen.
Ik moest eraan denken bij de discussie die nu is losgebarsten over het krachtwijkenbeleid. Aanleiding is het rapport Werk aan de wijk van het Sociaal Cultureel Planbureau waaruit blijkt dat het niet aantoonbaar helpt. Terwijl er de afgelopen jaren vele miljoenen aan gespendeerd zijn. Mijn zwager zou het wel weten.
Er is geen reden om het onderzoek in twijfel te trekken, zegt wethouder Hans Spigt. Om vervolgens fijntjes op te merken dat de onderzoekers niet kunnen vertellen hoe de krachtwijken ervoor zouden staan als er geen krachtwijkenbeleid was gevoerd.
Echter uit de metingen die de gemeente zelf uitvoert blijkt ook dat er sprake is van 'wisselende resultaten': in de ene wijk gaat het redelijk goed en in de andere wijk gaat het minder. En niemand die kan vertellen waar het aan ligt.
Natuurlijk zijn de mensen die zich bezig houden met het krachtwijkenbeleid hartstikke positief. Die krijgen subsidie om al die leuke dingen te organiseren in de wijk. Maar het moet wel helpen, anders kun je al dat geld beter anders besteden. Mijn zwager zou je er in ieder geval niet mee kunnen overtuigen.
Maar ja, om nu maar gelijk de hele boel overboord te gooien is wel heel erg radicaal. Zeker omdat een aantal wijken, met name Overvecht, duidelijk slecht scoren op het gebied van veiligheid, werkgelegenheid en leefbaarheid.
Focussen lijkt mij een goede oplossing. Maak een strenge selectie van alle maatregelen en projecten van het krachtwijkenbeleid en stop al het geld in die onderdelen die wel aantoonbaar werken. Ik denk dat mijn zwager daar wel vrede mee zou kunnen hebben.
Mario Gibbels