Varkentjes. Dat was het eerste woord dat in me opkwam toen ik las dat de gemeente Utrecht de stadslandbouw gaat aanmoedigen. Ik weet het, landbouw is geen veeteelt, het gaat wethouder Mirjam de Rijk van Groen dan ook om moestuintjes, maar het houden van stadsvarkentjes is volgens mij een logische volgende stap.
Nieuw is het niet. In de negentiende eeuw was het de gewoonste zaak van de wereld om in de achtertuin een varken te houden. Daar voerde je al je afval aan op, het varken als gft-kliko, en als het varken vet gemest was werd het geslacht en opgegeten.
Nou zijn de meeste tuinen te klein om een groot varken te houden, maar er zijn vast ook allerlei schattige kleine varianten te koop. Het slachten van zo'n schattig zwijntje zal mogelijk wel wat problemen opleveren, zeker als u kinderen heeft.
Ander probleem dat getackled dient te worden is dat varkens natuurlijk schijten. Maar daar hebben we de moestuintjes van Mirjam de Rijk voor, die moeten ook bemest worden. Ik zie al een mooie voedselketen ontstaan.
Utrecht kan zich, nu we niet de culturele hoofdstad van Europa worden, er ook mee op de kaart zetten. We zijn dan behalve de stad van de vrede en de fiets ook nog eens de stad van het varken. Daar moet Toerisme Utrecht wel een mooie slogan bij kunnen verzinnen.
Mario Gibbels