
Klik hier voor een vergrotingKijken is onmisbaar voor een fotograaf, maar echt goed kijken krijg ik niet aangereikt door een fotograaf. Dan wel door Arthur van Leeuwen. Hij is m'n mentor en docent taalbeheersing op de School voor de Journalistiek. Ik volg bij hem de groep Reisverhalen. Voor reisverhalen moet je vooral goed kijken, vindt Arthur.
Hij leert me de juiste details zien en gebruiken om een sfeer weer te geven van een bepaalde locatie. Hij geeft als voorbeeld een omschrijving van een plein, in de brandende middagzon van een mediterrane stad. Door het plein goed te bekijken, en zonder het woord 'warm' te gebruiken, de lezer laten denken: "Pfff, daar is het warm."
Bij m'n nachtfoto's draai ik deze techniek om. Ik probeer de kijker een beeld te laten zien, dat hem aan het denken zet. Ik neem de kijker niet aan de hand mee, maar laat ruimte over voor hem om z'n eigen invulling aan het beeld te geven. Voor de uiteindelijke foto hoef ik niet alle details te presenteren, als de verschillende details maar hun eigen bijdrage leveren aan het beeld.
Duisternis heeft niet op iedereen eenzelfde uitwerking. Eenzelfde foto kan door de één als eng en door de ander als romantisch gezien worden. Een architect kijkt anders tegen een nachtelijk stadsgezicht aan dan een jonge vrouw die een keer te vaak is aangesproken in het donker.
Door de persoonlijke herinnering aan het maken van de foto, heb ik zelf een ander beeld dan een willekeurige kijker. De geur van dat moment, wat er aan vooraf gegaan is, en soms wat ik de rest van de nacht beleefd heb. Zo kan de kijker vanuit z'n persoonlijke visie weer iets anders in m'n foto zien, wat ikzelf nog niet gezien heb.
Kale bomen en natte straten geven een koude temperatuur. Dorre bladeren onder een plataan die vol in het blad zit, herinneren aan een koele zomernacht in een hete zomer. Dergelijke details geven de kijker de mogelijkheid om de temperatuur te 'zien', en met een beetje fantasie horen ze de stilte van de nacht.
Een nachtfoto kan zo een reisverhaal van 1000 woorden vertellen, en de locatie tonen waar het middelpunt van een roman zich bevindt. Wie goed kijkt, kan z'n eigen roman schrijven in het decor van de nachtfoto.
Frans de Jonge